18 juli 2010

Monsters

Zaterdag zou ik eindelijk, na zo'n 12 jaar, weer eens naar dierentuin Blijdorp gaan. Oceanium? IJsberenschots? Bokito? Krokodillenvijver? Nooit gezien! Hoog tijd voor een bezoekje dus. Helaas begon de dag met veel wind en donkere wolken, waar al snel de eerste regendruppels uit kwamen. De dierentuin zou dus nog even moeten wachten. Maar wat doe je dan op zo'n zaterdag waarop je vast van plan was erop uit te gaan? Precies! Naar een museum.

Nou heb ik nog aardig wat musea op mijn to do lijstje staan. De keus viel op het Wereldmuseum. Daar is nu een tentoonstelling te zien over de Inca's en dat leek me wel wat.


Het Wereldmuseum zit op de Willemskade, vlakbij de opstapplaats voor de Spido. Een mooi oud en imposant gebouw, dat van binnen toch een stuk groter bleek dan je zou verwachten. Wat me steeds opvalt is hoe vriendelijk de mensen bij de kassa van musea zijn. Ze nemen echt de tijd om uit te leggen wat er in het museum te zien is, welke route je het best kunt nemen en wat de regels zijn. Zo is het bij het Wereldmuseum niet de bedoeling dat je je jas en tas (afhankelijk van de grootte, maar die van mij viel duidelijk in de categorie 'te groot') meeneemt het museum in. Die kun je afgeven bij de garderobe.


Met een speciaal kastje om mijn nek voor de audiotour, begon ik aan mijn culturele uitstapje. Bovenaan beginnen maar. Op de derde verdieping bevindt zich de vaste collectie die in het teken staat van beelden en andere religieuze voorwerpen uit Tibet, China en Japan. Het gaat vooral om stukken die te maken hebben met het boehddisme, het hindoeisme en mengvormen hiervan. Mooie voorwerpen en zeker ook wel interessant, maar als christen voelde ik me toch wat ongemakkelijk bij die beelden en altaren die gebruikt zijn bij de verering van een voor mij vreemde god.


De tentoonstelling over de Inca's heeft een diepe indruk gemaakt. Hoewel ik natuurlijk wel wist dat ook zij afgoden aanbaden, heb ik nooit geweten of beseft hoe wreed hun verering was en hoe ver zij gingen om hun goden tevreden te stellen. Een belangrijk onderdeel van hun godsdienst was de 'capac hucha' oftwel de koninklijke plicht van de Incakoning om door middel van kinderoffers meer grip te krijgen op de schepping en politieke macht uit te oefenen.

Niet elk kind was geschikt om geofferd te worden en het was dan ook een hele eer als je hiervoor werd uitgezocht. De periode voor het offer werd zo'n kind op een speciaal, voedzaam dieet gezet en werd gehuld in de mooiste kleren. Het offer is dan ook geen teken dat het kind in de ogen van de Inca's niets waard was, integendeel; zij geloofden dat door op afgelegen, hoge bergtoppen van de Andes een kind te offeren, er contact gemaakt werd met de andere wereld en dat dit de koning wijsheid opleverde. Toch is het te gruwelijk voor woorden als je zo'n mummie ziet van een klein kind, in elkaar gedoken van de kou, dat helemaal alleen werd achtergelaten in de vrieskou op zo'n eenzame berg.


Wat dat betreft waren de Moche, Nasca en Huari cultuur ook niet zo vrolijk. Dit zijn voorgangers van de Inca's die ook in en rond het Andes gebergte leefden. Ook bij hen was het mensenoffer heel gebruikelijk. Ver voor de Inca's dronken de Moche's het bloed van hun eigen krijgers om overstromingen af te wenden van het aanstormende water uit de bergen. De Nasca's snelden krijgerhoofden als metafoor voor de oogst. In Chavín offerden mannen zich zelf met een mes om zo één te worden met goden en voorouders. Kortom, een bloederige bende.

De vele voorwerpen, van kruiken tot kleding en van wapens tot afgehakte hoofden, verwijzen allemaal direct of indirect naar deze gruwelijke gebruiken. Te wreed en afschuwelijk om nog mooi te zijn. Toen ik het museum verliet was ik diep onder de indruk, maar ook ontsteld over wat mensen elkaar kunnen aandoen, maar bovenal gedesillusioneerd over die mysterieuze, slimme Inca's.

Het was inmiddels bijna half twee en ondanks alle bloederige narigheid die ik net gezien, gehoord en gelezen had, begon mijn maag te knorren. Ik was bovendien wel toe aan een beetje gezelligheid. De zon was inmiddels voorzichtig begonnen te schijnen en terwijl ik me bij Loos aan een clubsandwich tegoed deed, leek de wereld van de mensenoffers even mijlen ver weg.



Om de dag leuk af te sluiten wilde ik 's avonds naar de film Ondine. Ik na het eten snel richting Cinerama, om er in de rij bij de kassa achter te komen dat ik een oud filmoverzicht had. Ondine draaide drie dagen geleden voor het laatst. Daarom maar gekozen voor 'Shrek: forever after'. Misschien juist wel wat ik nodig had na die tentoonstelling, waarvan de beelden zo af en toe toch nog voor mijn geestesoog verschenen.


Het bleek een goede keus. Shrek 4 is precies wat je ervan verwacht; erg lollig. Shrek, Fiona, Donkey, Puss,  en als nieuw figuur de irritante Repelsteeltje. Opnieuw goede grappen, lekkere muziek en een leuke plot. Jammer dat dit het laatste deel is, maar er schijnt al gesproken te worden over een spin-off met niemand anders dan Puss in de hoofdrol!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten